De vergrotende trap (comparatief) in het duits

Hierbij ga je leren hoe je van de gegeven bijvoeglijk naamwoorden de vergrotende trap gaat gebruiken. In het Nederlands en in het Duits wordt deze gevormd met het achtervoegsel -er. Dus bijvoorbeeld snel - sneller (vergrotende trap) - snelst (overtreffende trap). De Duitse taal kent hier een aantal uitzonderingen op, denk aan gut - besser of viel - mehr. Maak de zinnen compleet door op de lege spaties de juiste vervoeging in te vullen.

1.) Der Mount Everest ist als die Zugspitze. (hoch)
2.) Ein Ferrari ist als ein Bus. (schnell)
3.) Mein Vater (52 Jahre) ist als meine Mutter (49 Jahre). (alt)
4.) Mein Bruder (12 Jahre) ist als meine Schwester (15 Jahre). (jung)
5.) Unser Auto (150 km/h) ist als das der Nachbarn (200 km/h). (langsam)
6.) Dieter (1,90 m) ist als Manfred (1,80 m). (groß)
7.) Anna (1,50 m) ist als Lena (1,75 m). (klein)
8.) Helmut (sehr gut) ist als Helga (schlecht). (gut)
9.) 1000 Meter sind als 100 Meter. (lang)
10.) 10 Meter sind als 100 Meter. (kurz)
11.) Silber ist als Gold. (billig)
12.) Ein Apfel (1,20 Euro) ist als eine Kartoffel (0,20 Euro). (teuer)
13.) Der Mann (100 kg) ist als die Frau (50 kg). (schwer)
14.) 10 Kilo Gold sind als 50 Kilo Silber. (leicht)
15.) Die Hauptstraße (5 m) ist als die Friedrichstraße (2 m). (breit)
16.) Paul (25 Jahre) ist als Anna (21 Jahre). (alt)
Controleer antwoorden >>

Alle oefeningen van "Vervoeging"

Wie we zijn? Voorwaarden Privacy