Teksten Oefeningen Woordenschat Vervoeging
Home / Grammatica oefeningen / Werkwoordstijden

Werkwoordstijden

Tegenwoordige, verleden en toekomstige tijden, conjunctief en imperatief.

1
Onvoltooid verleden tijd
20 vragenGratisNiet gestart
2
OVT voor beginners
20 vragenPremiumNiet gestart
3
OVT voor beginners 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
OVT voor beginners 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Regelmatige werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
6
Regelmatige werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
7
Onregelmatige werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
8
Onregelmatige werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Veelgebruikte werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
10
Veelgebruikte werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
11
Werkwoorden van beweging
20 vragenPremiumNiet gestart
12
Werkwoorden van beweging 2
20 vragenPremiumNiet gestart
13
Scheidbare werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
14
Scheidbare werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
15
Mijn dag
20 vragenPremiumNiet gestart
16
Zijn dag
20 vragenPremiumNiet gestart
17
Haar dag
20 vragenPremiumNiet gestart
18
Moeilijke werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
19
Moeilijke werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
20
Moeilijke werkwoorden 3
20 vragenPremiumNiet gestart
1
Tegenwoordige tijd
22 vragenGratisNiet gestart
2
Tegenw. tijd (beg.)
20 vragenPremiumNiet gestart
3
Tegenw. tijd (beg.) 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
Tegenw. tijd (beg.) 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Regelmatige werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
6
Regelmatige werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
7
Onregelmatige werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
8
Onregelmatige werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Werkwoorden A1
20 vragenPremiumNiet gestart
10
Werkwoorden A2
20 vragenPremiumNiet gestart
11
Werkwoorden B1
20 vragenPremiumNiet gestart
12
Werkwoorden B2
19 vragenPremiumNiet gestart
13
Scheidbare werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
14
Scheidbare werkwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
15
Werkwoorden van beweging
20 vragenPremiumNiet gestart
16
Vragen
20 vragenPremiumNiet gestart
17
Sein in de tegenwoordige tijd
20 vragenPremiumNiet gestart
18
Haben in de tegenwoordige tijd
20 vragenPremiumNiet gestart
19
Modale werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
20
Sterke werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
21
Zwakke werkwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
22
Mijn dag
20 vragenPremiumNiet gestart
23
Jouw dag
19 vragenPremiumNiet gestart
24
Ich
20 vragenPremiumNiet gestart
25
Du
20 vragenPremiumNiet gestart
26
Er / sie / es
20 vragenPremiumNiet gestart
27
Vrije tijd en hobby's
20 vragenPremiumNiet gestart
28
Thuis
20 vragenPremiumNiet gestart

Toekomende tijd

De toekomende tijd wordt gebruikt om plannen of gebeurtenissen in de toekomst aan te duiden.

Gratis Niet gestart
1
Voltooid tegenwoordige tijd
25 vragenGratisNiet gestart
2
Werkwoordvervoeging
20 vragenPremiumNiet gestart
3
Werkwoordvervoeging 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
Werkwoordvervoeging 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Werkwoordvervoeging 4
20 vragenPremiumNiet gestart
6
Sein of haben
20 vragenPremiumNiet gestart
7
Sein of haben 2
20 vragenPremiumNiet gestart
8
Vorming van de tijd
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Vorming van de tijd 2
20 vragenPremiumNiet gestart
10
Vorming van de tijd 3
20 vragenPremiumNiet gestart
11
Vorming van de tijd 4
20 vragenPremiumNiet gestart
12
Vorming van de tijd 5
20 vragenPremiumNiet gestart
13
Vorming van de tijd 6
20 vragenPremiumNiet gestart
14
Vorming van de tijd 7
20 vragenPremiumNiet gestart
15
Vorming van de tijd 8
20 vragenPremiumNiet gestart
16
Vorming van de tijd 9
20 vragenPremiumNiet gestart

Voltooid verleden tijd

Het voltooid verleden tijd geeft een handeling aan die al had plaatsgevonden vóór een ander verleden tijdstip.

Gratis Niet gestart

Toekomende tijd II

De voltooid toekomende tijd beschrijft een handeling die in de toekomst voltooid zal zijn.

Gratis Niet gestart

Voorwaardelijk

De voorwaardelijke wijs wordt gebruikt om hypothetische scenario's, beleefde verzoeken of irreële wensen uit te drukken.

Gratis Niet gestart

Infinitieven van werkwoorden

De infinitief is de onvervoegde grondvorm van het werkwoord, zoals in het woordenboek.

Gratis Niet gestart

Konjunktiv I

De aanvoegende wijs I wordt vooral gebruikt om de indirecte rede weer te geven in formele teksten.

Gratis Niet gestart

Konjunktiv II

De aanvoegende wijs II wordt gebruikt voor hypothetische situaties, wensen en beleefdheidsvormen.

Gratis Niet gestart

Gebiedende wijs

De gebiedende wijs wordt gebruikt om bevelen te geven, instructies te delen of verzoeken te doen.

Gratis Niet gestart

Perfekt met “sein“

Het hulpwerkwoord 'sein' wordt in de voltooid tegenwoordige tijd gebruikt bij werkwoorden van beweging of toestandsverandering.

Gratis Niet gestart

Perfekt met “haben“

Het hulpwerkwoord 'haben' wordt gebruikt bij de meeste werkwoorden, vooral bij werkwoorden met een lijdend voorwerp.

Gratis Niet gestart

Voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord wordt gecombineerd met hulpwerkwoorden om de verleden tijd of de lijdende vorm te maken.

Gratis Niet gestart

Andere oefencategorieën

Talen kennen onregelmatige, zwakke en sterke werkwoorden en de eerste stap in de beheersing van een taal, is het gebruik in de tegenwoordige tijd. De onregelmatige werkwoorden kennen, afhankelijk van de persoonsvorm, hun eigen vervoeging. Wie de Duitse taal leert, zal de rijtjes behorend bij werkwoorden als “haben”, “können” en “wollen” dus goed moeten kennen.

Behalve die vervoegingen te beheersen, is het ook van belang de betekenis en toepassing van een onregelmatig werkwoord in de Duitse taal te kennen. Dit omdat het juiste gebruik van zo’n onregelmatig werkwoord bepalend is voor hetgeen iemand overbrengt. De tegenwoordige tijd van een zwak werkwoord kent vaste uiteinden, die – afhankelijk van de persoonsvorm – “-en” vervangen. Bij sterke werkwoorden geldt dat eveneens, met de toevoeging dat daar – in sommige persoonsvormen – een Umlaut toegevoegd wordt.

Een goede beheersing van de tegenwoordige tijd, maakt het vervolgens vrij eenvoudig mogelijk de uitbreiding te zoeken naar de verleden tijd, voltooid verleden tijd en voltooide tijd. Voor dat laatste is ook een goede bekendheid met de vervoeging van de werkwoorden “haben” en “sein” nodig. Alle oefeningen en opdracht om stapsgewijs de werkwoordstijden te leren toepassen, zijn hier opgenomen.