Teksten Oefeningen Woordenschat Vervoeging

Toekomende tijd I (Futur 1)

De Futur 1 wordt in het Duits gebruikt om een plan in de toekomst uit te drukken. Bijvoorbeeld: “Morgen zal ik naar Duitsland gaan.” Je maakt deze Futur als volgt: vorm van “werden” + infinitief. De vertaling van bovenstaande is dus: “Morgen werde ich nach Deutschland gehen.”

De Futur 1 kun je echter ook gebruiken om een vermoeden (in het heden of in de toekomst) uit te drukken. Zo druk je met de zin “Er wird wohl immer noch so nett sein” het vermoeden uit dat “hij vast nog steeds zo aardig is”.

De Futur is geen moeilijke tijd, wel is belangrijk dat je goed de vervoegingen van het werkwoord “werden” kent.

0%
Voortgang 0 van 1 oefeningen gestart

Oefening 1: Toekomende tijd

PDF downloaden
Speciale tekens: Tip: Gebruik Tab om te navigeren
1
Morgen ich früh .(aufstehen)
2
Meine Schwester und ich morgen in die Schule .(gehen)
3
Wann du nach New York ?(fliegen)
4
Meine Freundin ein Buch .(schreiben)
5
Sie kennen nicht den Weg. sie ?(ankommen)
6
Ich feiern, aber leider du nicht kommen.
7
Mein Bruder mich besuchen, deshalb ich kochen.
8
Wir uns wiedersehen. Weißt du schon, wann du hier sein ?
9
Meine Eltern morgen wandern gehen, aber ich nicht mitgehen.
10
Es morgen regnen, deshalb ihr nicht kommen.
11
Morgen ich 18 und alle meine Freunde mit mir feiern.