De zogenaamde "W-fragen" oftewel vraagwoorden, die gebruik worden in vraagzinnen. Goede oefening om de vraagwoorden beter uit elkaar te houden. Lastig is altijd het Duitse woord "wie" want dit heeft een andere betekenis dan het Nederlandse woord "wie". De meest voorkomende zijn:
wo - waar
wer - wie
wie - hoe
wann - wanneer
welche - welke
woher - waarvandaan
wohin - waar naar toe, waarheen