Teksten Oefeningen Woordenschat Vervoeging
Home / Grammatica oefeningen / Duitse zinnen

Duitse zinnen en woordvolgorde

Zinsbouw, woordvolgorde, vragen en ontkenning.

Enkelvoud en meervoud

Bij het omzetten van enkelvoud naar meervoud moeten zowel de zelfstandige naamwoorden en lidwoorden als de werkwoordsvormen worden aangepast.

Gratis Niet gestart

Bijzinnen voegen extra informatie toe aan de hoofdzin en zijn herkenbaar aan het onderschikkend voegwoord en de persoonsvorm die helemaal achteraan staat.

Gratis Niet gestart

Das of dass

Het onderscheid tussen das en dass hangt af van de rol als lidwoord, betrekkelijk voornaamwoord of voegwoord.

Gratis Niet gestart

Vraagwoorden

Vraagwoorden worden gebruikt om gerichte informatie te vragen over personen, zaken, redenen of locaties.

Gratis Niet gestart

Vraag en antwoord

Bij het beantwoorden van vragen moet de zinsbouw en de positie van het werkwoord aansluiten op het soort vraag.

Gratis Niet gestart

Betrekkelijke bijzinnen

Betrekkelijke bijzinnen geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord, waarbij de persoonsvorm aan het einde staat.

Gratis Niet gestart

De woordvolgorde in het Duits wordt gekenmerkt door de vaste plek van de persoonsvorm, die in mededelende zinnen op de tweede plaats staat.

Gratis Niet gestart

Komma's in het Duits worden hoofdzakelijk gebruikt om hoofd- en bijzinnen van elkaar te scheiden en opsommingen te structureren.

Gratis Niet gestart

De ontkennende zin

Ontkenning vindt plaats met 'kein' bij zelfstandige naamwoorden met een onbepaald lidwoord en met 'nicht' bij werkwoorden of bijvoeglijke naamwoorden.

Gratis Niet gestart

Andere oefencategorieën

Een juiste formulering valt of staat met een correcte zinsopbouw, en de oefeningen bij dit onderdeel leren hoe dat te doen.

Gelukkig is de woordvolgorde in een Duitse zin in veel gevallen gelijk aan de zinsopbouw in het Nederlands. Er zijn echter uitzonderingen en die bepalen in veel gevallen of iemand vloeiend Duits spreekt, of dat van zogenaamd “steenkolenduits” sprake is. De belangrijkste verschillen komen voort uit de posities van werkwoorden en hun vervoegingen.

Zo wordt de persoonsvorm die in een bijzin gebruikt wordt, aan het eind van die bijzin geplaatst. Waar combinaties of groepen werkwoorden gebruikt worden, worden die in het Duits zoveel mogelijk bij elkaar gebruikt, wederom vaak aan het einde van de zin. Bij het gebruik van meerdere infinitieven, de niet vervoegde of onbepaalde wijs van een werkwoord, is de volgorde in het Duits de omgekeerde versie van de Nederlandse versie. Waar bij ons in dat geval het onregelmatige werkwoord de voorrang in de zin heeft, wordt de Duitse vertaling daar juist mee afgesloten.

Vanzelfsprekend, zijn zaken als spelling, interpunctie, het juiste gebruik van de Umlaut en het onderscheid tussen, bijvoorbeeld, “dass” en “das” zaken die essentieel zijn, bij het formuleren van duidelijke, goed lopende Duitse zinnen. Vanzelfsprekend, wordt in dit onderdeel daarom uitgebreid aandacht besteed aan allerlei manieren om daarmee te oefenen.