Lijdende vorm: procespassief en toestandspassief.
De lijdende vorm in de tegenwoordige tijd beschrijft een handeling die nu plaatsvindt.
De lijdende vorm in de onvoltooid verleden tijd wordt gebruikt om te vertellen over gebeurtenissen uit het verleden.
De lijdende vorm in de toekomende tijd beschrijft een handeling die nog moet plaatsvinden.
De lijdende vorm van staat beschrijft een voltooide handeling of een toestand.
De lijdende vorm in de voltooid tegenwoordige tijd geeft aan dat een handeling is afgerond.
De lijdende vorm in de voltooid verleden tijd beschrijft een handeling die al had plaatsgevonden vóór een ander moment in het verleden.
De lijdende vorm in de voltooid toekomende tijd beschrijft een handeling die in de toekomst voltooid zal zijn.
De Duitse taal biedt de mogelijkheid bij het gebruik van de lijdende vorm zowel de nadruk te leggen op de toestand, als op de handeling die tot die toestand geleid. In het eerste geval wordt de voltooide tijd gebruikt: “het probleem is opgelost” is onze uitdrukkingswijze, een Duitser zegt dan “das Problem ist gelöst”. In dat geval ligt de focus dus op het resultaat. Wij Nederlanders zeggen daarmee, zonder dat te benoemen, ook dat daar een menselijke handeling bij te pas gekomen is.
Een Duitser, die juist die actie wil benadrukken, breidt de zin uit, door aan het einde de toevoeging “worden” te plaatsen. Wil hij bovendien aangeven door wie dat gedaan is, dan gebruikt hij “von”, waar in Nederland het voorvoegsel “door” gebruikt wordt.
Je zou kunnen zeggen, dat de lijdende vorm in de Duitse taal een meer prominente plaats heeft, dan in het Nederlands. Dat geeft alle aanleiding de diverse toepassingen uitgebreid te oefenen en daarbij gebruik te maken van de mogelijkheden die hier aangereikt worden.