Teksten Oefeningen Woordenschat Vervoeging
Home / Grammatica oefeningen / Voorzetsels

Voorzetsels

Voorzetsels met accusatief, datief en dubbele functie.

1
Voorzetsels met datief
14 vragenGratisNiet gestart
2
Kies het voorzetsel
20 vragenPremiumNiet gestart
3
Kies het voorzetsel 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
Kies het voorzetsel 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Kies het voorzetsel 4
20 vragenPremiumNiet gestart
6
Voorzetsels schrijven
20 vragenPremiumNiet gestart
7
Voorzetsels en lidwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
8
Voorzetsels en lidwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Voorzetsels en voornaamwoorden
16 vragenPremiumNiet gestart
10
Voorzetsels en voornaamwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
1
Voorzetsels met accusatief
13 vragenGratisNiet gestart
2
Voorzetsels kiezen
20 vragenPremiumNiet gestart
3
Voorzetsels kiezen 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
Voorzetsels kiezen 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Voorzetsels kiezen 4
20 vragenPremiumNiet gestart
6
Voorzetsels kiezen 5
20 vragenPremiumNiet gestart
7
Voorzetsels en lidwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
8
Voorzetsels en lidwoorden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Voorzetsels en lidwoorden 3
20 vragenPremiumNiet gestart
10
Voorzetsels en voornaamwoorden
20 vragenPremiumNiet gestart
11
Voorzetsels en voornaamwoorden 2
18 vragenPremiumNiet gestart

Voorzetsels met genitief

Voorzetsels met de genitief worden vaak in formele taal gebruikt en vereisen dat het zelfstandig naamwoord in de tweede naamval (genitief) staat.

Gratis Niet gestart
1
Voorzetsels met accusatief / datief
18 vragenGratisNiet gestart
2
Kies het voorzetsel
20 vragenPremiumNiet gestart
3
Kies het voorzetsel 2
20 vragenPremiumNiet gestart
4
Kies het voorzetsel 3
20 vragenPremiumNiet gestart
5
Kies het voorzetsel 4
18 vragenPremiumNiet gestart
6
Kies het voorzetsel 5
18 vragenPremiumNiet gestart
7
Kies het voorzetsel 6
18 vragenPremiumNiet gestart
8
Voor beginners
20 vragenPremiumNiet gestart
9
Voor beginners 2
20 vragenPremiumNiet gestart
10
Voor beginners 3
20 vragenPremiumNiet gestart
11
Voor gevorderden
20 vragenPremiumNiet gestart
12
Voor gevorderden 2
20 vragenPremiumNiet gestart
13
Voor gevorderden 3
18 vragenPremiumNiet gestart

Voorzetsels van plaats

Voorzetsels van plaats beschrijven ruimtelijke relaties en locaties, en geven antwoord op de vraag 'Wo?' (datief) of 'Wohin?' (accusatief).

Gratis Niet gestart

Voorzetsels van tijd

Voorzetsels van tijd geven aan wanneer of hoe lang iets gebeurt; de meeste vereisen de datief, zoals 'am Montag' of 'im Sommer'.

Gratis Niet gestart

"aus" of "von"

Het voorzetsel 'aus' duidt meestal op herkomst uit een besloten ruimte of land, terwijl 'von' een vertrekpunt of bezit aangeeft.

Gratis Niet gestart

"nach" of "zu"

Beide betekenen 'naar', maar 'nach' gebruik je voor steden, landen en thuis, terwijl 'zu' voor personen, winkels of specifieke gebouwen is.

Gratis Niet gestart

Andere oefencategorieën

Voorzetsels geven het verband tussen meerdere woorden in een zin aan. In de Duitse taal bepaalt het voorzetsel tevens de naamval die gebruikt wordt bij het woord of de woorden die daarop volgen. Dat zijn zowel de eventuele lidwoorden, als de zelfstandig naamwoorden of voornaamwoorden die gebezigd worden.

Ieder voorzetsel is gekoppeld aan een vaste naamval. Zo kent de 2de naamval, Genetiv, een aantal bijbehorende voorzetsels en geldt dit eveneens voor de 3de naamval, Dativ, en de vierde, Akkusativ. De beste manier om die snel eigen te maken, is simpelweg de voorzetsels en hun naamvallen uit het hoofd te leren, en eindeloos veel te oefenen in de toepassing daarvan.

Om het wat lastiger te maken, moet daarbij ook rekening gehouden worden met voorzetsels die zowel in combinatie met de 3de- als de 4de naamval gebruikt kunnen worden. In dat geval, levert de vraag “waar” of “wanneer” de 3de naamval op en wordt de 4de naamval gebruikt, wanneer de toepassing de vraag “waar naartoe” beantwoordt. Kunnen deze vragen niet gesteld worden? Dan worden “aus” en “über” gekoppeld aan de 4de naamval en geldt voor alle overige voorzetsels met dubbel naamvalgebruik de 3de naamval.

Hoewel dat misschien anders lijkt voor iemand die de Duitse taal aan het leren is, gaat ook deze taal uit van gebruikersgemak. Om die reden, is het mogelijk lidwoorden en bepaalde voorzetsels te koppelen, uiteraard met het juiste gebruik van de naamval. “bei dem” wordt bijvoorbeeld “beim”, in dat geval.