Teksten Oefeningen Woordenschat Vervoeging
Home / Grammatica oefeningen / Substantieven en lidwoorden

Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden

Geslacht van zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en meervoud.

Substantieven en lidwoorden

De verbuiging van zelfstandige naamwoorden houdt in dat lidwoorden en soms de woorden zelf veranderen op basis van geslacht, getal en naamval.

Gratis Niet gestart

Substantieven in meervoud

Duitse zelfstandige naamwoorden hebben verschillende meervoudsuitgangen en krijgen vaak een umlaut op de stamklinker.

Gratis Niet gestart

Meervoudige lidwoorden

In het meervoud hebben alle geslachten dezelfde lidwoorden, terwijl de zelfstandige naamwoorden verschillende uitgangen en vaak een umlaut krijgen.

Gratis Niet gestart

Het geslacht

Elk Duits zelfstandig naamwoord heeft een geslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) dat je het beste samen met het lidwoord leert.

Gratis Niet gestart

Bepaalde en onbepaalde lidwoorden

Bepaalde en onbepaalde lidwoorden geven aan of een zelfstandig naamwoord specifiek of algemeen is, evenals het geslacht en de naamval.

Gratis Niet gestart

Bepaalde lidwoorden

Bepaalde lidwoorden zoals 'der', 'die' en 'das' verwijzen naar specifieke woorden en geven het geslacht en de naamval aan.

Gratis Niet gestart

Onbepaalde lidwoorden

Onbepaalde lidwoorden zoals 'ein' en 'eine' worden gebruikt voor niet-specifieke woorden en geven geslacht en naamval aan.

Gratis Niet gestart

Lidwoorden: der, die of das

Het beheersen van 'der', 'die' en 'das' draait om het leren van het geslacht van elk woord, vaak herkenbaar aan de uitgang van het zelfstandig naamwoord.

Gratis Niet gestart

Andere oefencategorieën

Een algemeen geldende regel in de Duitse taal , is dat alle zelfstandig naamwoorden met een hoofdletter worden geschreven. Lastiger is de toevoeging van lidwoorden. In de Nederlandse taal volstaat een “de” of “het”, wanneer een bepalend lidwoord gebruikt wordt. Nog makkelijker is de onbepaalde vorm. Die is “een” in de enkelvoudsvorm, terwijl in de meervoudsvorm het lidwoord zelfs weggelaten wordt.

Onze Oosterburen kennen in dat opzicht een meer geavanceerd gebruik van lidwoorden: niet alleen omdat die gekoppeld zijn aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord en de meer- of enkelvoudsvorm, maar ook omdat ze – afhankelijk van de naamval – een andere vervoeging kennen. Om de verwarring nog wat groter te maken, worden sommige lidwoorden zowel onvervoegd als vervoegd gebruikt.

Zo kan met “der” zowel de mannelijke enkelvoudsvorm in de eerste naamval, als de vrouwelijke enkelvoudsvorm in de tweede naamval bedoeld worden. Een correcte beheersing van de Duitse taal geeft dus niet alleen de noodzaak bekend te zijn met het geslacht van het zelfstandig naamwoord, maar ook te letten op de positie van dit naamwoord in een zin en de naamval die daaraan gekoppeld is. Veel oefenen is het credo en daar bieden de opdrachten op deze website alle mogelijkheid toe.